Waarom leerplezier


 
 

Basisschool Windekind:
waar spelen tot leren komt!

IMG_3256

WP_20160308_001Praktijkverhaal Juf Jessica (1ste leerjaar)

 

WP_20151009_003

Onze school staat  voor een uitdaging om zichzelf kwaliteitsvol te positioneren als traditionele GO!-basisschool in het uitgebreide onderwijslandschap van Zonhoven. Bovendien is onze school zich bewust van de toenemende diversiteit in Zonhoven en bijgevolg binnen de schoolbevolking. Wij denken na over de koers die we de komende jaren willen varen. Hierbij houden we rekening met de context- en inputkenmerken van de school, maar denken we ook na over hedendaagse onderwijstheorieën, -methodieken en –onderzoeken en hoe we deze in de dagelijks praktijk kunnen vertalen. GO! Windekind stelt hierbij LEERPLEZIER als centrale uitgangspunt vanuit het PPGO!. Daarnaast zetten we waarden als RESPECT, BETROKKENHEID, ZELFVERTROUWEN en ENGAGEMENT in de kijker. Een school “eigen-visie” is geboren en juf Jessica (1ste leerjaar) neemt met haar klas het voortouw om de school in ontwikkeling te brengen volgens deze principes. Haar klas zal systematisch de verandering doortrekken doorheen de school. Zo heeft iedere leerkracht de tijd om te leren en te experimenteren, zijn eigen weg te zoeken in de vertaling van de visie in de praktijk, …
De klas van juf Jessica kan je dus zien als de ambassadeurs van “GO! Windekind – The New Generation”.

Juf Jessica, welke opvallende veranderingen heb jij ingevoerd in je klaswerking en klasinrichting in functie van jullie nieuwe visie op onderwijs? In het verleden gaf ik vaak frontaal les. Het gaf mij een gevoel van zekerheid en overzicht. Toch merkte ik dat het hierdoor moeilijk was om voldoende gericht en kwaliteitsvol te differentiëren. Bovendien kwamen de kinderen niet goed tot samenwerken. Mede dankzij de nieuwe aanpak in mijn klas, heb ik meer mogelijkheden gevonden om de kinderen te laten samenwerken binnen diverse werkvormen en organisatievormen.
De overgang van de 3de kleuterklas naar het 1ste leerjaar, was ondanks alle integratieactiviteiten te bruusk. Er is namelijk een grote kloof tussen de inrichting, de werkvormen, de routines, de verwachtingen t.a.v. leerlingen, … tussen beide klassen. We handelden volgens de Vlaamse traditie van het lees-, schrijf- en rekenonderwijs in het eerste leerjaar. Nu lijkt mijn klasorganisatie sterk op die van onze derde kleuterklas. Zo nam ik de onthaalhoek over. We starten hier onze dag, net zoals bij de kleuters met bijhorende routines, maar de onthaalhoek is ook de plaats waar ik als leerkracht mijn instructies geef. Dit kan een klassikale instructie zijn of een instructie aan een kleinere groep van leerlingen. Deze werkwijze dwingt mij ertoe de instructie kort en bondig te houden, waardoor ik de leerlingen iedere les voldoende oefentijd kan bieden met de nodige ondersteuning.

 

In mijn klas is er ook ruimte voor speelse activiteiten en heb ik voldoende aandacht voor bewegingsmogelijkheden. Jonge kinderen kunnen immers geen twee lesuren op hun stoel blijven zitten, zich daar dan ook nog eens voorbeeldig gedragen en hun aandacht bij de les houden. Doordat ze binnen een les regelmatig van plaats wisselen is er voldoende beweging. Al kan een bewegingstussendoortje ook voor de nodige ontspanning zorgen.
Kinderen die vlug afgeleid zijn en moeilijk in kleine groepjes kunnen werken, mogen aan de slag met een “study buddy”.
Wat zijn volgens jou de sterktes van deze werking? Het meest opvallende is dat de leerlingen hun oefentijd nu optimaal kunnen benutten. Voorheen waren ze vaak aan het wachten tot alle leerlingen klaar waren met hun werk. Dit kwam vooral mijn sterkere leerlingen niet ten goede. En ja, wat doet een leerling wanneer hij klaar is en moet wachten? Dan wordt er gebabbeld, gepruld en krijgt ongewenst gedrag alle kansen. Nu kunnen de leerlingen op eigen tempo (door)werken en zelfstandig aan een nieuw taakje beginnen wanneer ze klaar zijn.

In onze schoolvisie neemt LEERPLEZIER een centrale plek in. Het is dus bijgevolg mijn verantwoordelijkheid om dit te realiseren bij mijn leerlingen. Een gedifferentieerde werking is hierbij essentieel. De kinderen zijn tijdens de taal- en rekenlessen aan verschillende taakjes/opdrachten bezig. Naast deze opdrachten kunnen ze ook kiezen tussen verschillende nevenactiviteiten (bouwhoek, puzzels, smartgames, kleurplaten, …) en spelenderwijs taal- en rekenactiviteiten (memory met woorden, legkaarten, legpuzzels, rekenpuzzels, …). De nevenactiviteiten kunnen tussendoor aan bod komen om kinderen met een korte taakspanning terug te activeren (verhogen van concentratie en motivatie), maar kunnen ook exclusief voorbehouden zijn voor kinderen die klaar zijn met hun gedifferentieerde opdrachten (moeilijkheid en hoeveelheid). Op het einde van de dag zorgt de juf ervoor dat alle kinderen hun basisopdrachten volbracht hebben.
In mijn klas heb ik een leerling die zijn eerste leerjaar overzit. Hij zei onlangs: “Nu is het leuker in de klas, omdat ik niet de hele tijd in boekjes moet werken. Nu mogen we ook spelen.” Vooral in de eerste maanden is mijn aanpak nog heel erg speels, om de overgang van de kleuterklas naar het eerste leerjaar als het ware te verzachten. Net omdat alles zo speels verloopt, hebben de kinderen helemaal niet de indruk dat ze aan het leren zijn. Terwijl ze in de praktijk vaak meer leren dan ze via het werkboekje zouden doen. Ze voegen zelf vaak doelen toe, door in hun spel aan elkaar vragen te stellen of met elkaar te overleggen over de taal- en rekeninhouden.
Voor het aanvankelijk leesonderwijs herwerkte ik kern 1 t.e.m. 4 van Veilig Leren Lezen volledig in spelvorm. De werkboekjes zijn nu kaartjes geworden. Zo verbinden ze nu geen lettertjes of woorden met een tekening, maar spelen ze een spelletje. Hierdoor kan ik nu ook iedere oefening uit VLL op verschillende niveaus gebruiken.Ter illustratie:
 niveau 1: het kind legt de woordjes bij de juiste prent;
 niveau 2: het kind krijgt losse letters en moet eerst zelf nog de woordjes vormen, waarna hij die dan bij de juiste tekening legt;
 niveau 3: het kind krijgt enkel de prentjes en stempelt er zelf het juiste woord bij
Vanaf kern 3 zit er af en toe een werkblaadje tussen (handschriftontwikkeling of lezen). De luistertoetsen worden sowieso schriftelijk afgenomen (duid de juiste letter aan, zet een kruisje waar je … hoort).

Na kern 1 wordt er ook een eerste keer dictee afgenomen. Vanaf dan gebeurt dit regelmatig (na Kerstmis 2x/week). De eerste 3 dictees werden de woordjes nog met aparte letters geschreven, maar in drieluikjes (kopje, buikje, staartje). Ik zeg het volledige woord en het kind schrijft de 3 letters telkens in het juiste vakje. Pas daarna zijn we begonnen met de letterverbindingen. De complexe motorische handelingen bij het schrijven van woorden in één stuk vormden geen drempel, waardoor de kinderen veel meer succeservaringen hadden, die het leerplezier en het zelfvertrouwen ten goede komen. Ze waren bovendien vlugger vertrokken met het lezen en schrijven van wisselwoorden.

Het aanleren van de schrijfletters gebeurt niet op een werkblad, maar met viltstift op een groot gelamineerd blad. Zo leren kinderen dat fouten maken mag, ze kunnen deze dan wegvegen en het opnieuw proberen. Zonder dat dit vereeuwigd wordt op een werkblad met de bijhorende rode pen.
Vanaf kern 5 heb ik de werkboekjes wel gebruikt. Nu komt het schrijven (en spelling) meer aan bod. Maar de les verloopt nog steeds heel gedifferentieerd, elk kind werkt op zijn/haar eigen tempo, maar ook de spelletjes zijn nog steeds een aanbod. Niet iedereen is op hetzelfde moment met hetzelfde bezig.
Welke struikelblokken ben je tegengekomen in je veranderende klaspraktijk? Het grootste struikelblok of beter gezegd, de grootste moeilijkheid is voor mij de organisatie! Het vraagt een doordacht klasmanagement. Je moet als leerkracht in je voorbereiding alles heel goed overdenken. Je denkt als het ware vooruit op mogelijke moeilijkheden en vragen van de leerlingen. Dit wil zeggen dat je ook constant voor ogen houdt wat de kinderen moeten kunnen (focusdoelen in je lessen) en wie wat al gedaan heeft. Je moet op elk moment van de dag ervoor zorgen dat elk kind zinvol en leerrijk bezig is!
Ik maak een weekplanning, maar tegelijk ook iedere avond een dagplanning voor de volgende dag. Ik evalueer iedere avond wat elk kind gedaan heeft en plan welke taakjes/opdrachten hij/zij de volgende dag kan doen. Een hele opdracht, daarom ga ik nu ook starten met een takenbord voor enkele kinderen (voor sommige kinderen is dit nog totaal niet aan de orde), zodat zij zelf aan het begin van de dag weten welk hun taakjes zijn. Ze kunnen dan zelf bepalen met wat ze starten en zorgen er zelf voor dat ze op het einde van de dag met alles klaar zijn. Met het toevoegen van deze routine geef ik mezelf niet alleen meer overzicht, maar geef ik de kinderen ook verantwoordelijkheid in hun leerproces.
Wat is voor jou nu de uitdaging? De inburgering van het takenbord is voor mij nu een prioriteit. Het zou fijn zijn als ik dit dan kan doorgeven aan mijn collega van het tweede leerjaar, zodat deze routine opvolging krijgt. Het is erg bruikbaar en zinvol naar differentiatie toe.