Waarom leerplezier


waar spelen tot leren komt!

1ste leerjaar

In onze schoolvisie neemt LEERPLEZIER een centrale plek in.  Een gedifferentieerde werking is hierbij essentieel.  Om voldoende gericht en kwaliteitsvol te kunnen differentiëren, wordt er in het 1ste leerjaar daarom niet de hele tijd frontaal les gegeven.  Net zoals in de 3de kleuterklas starten wij onze dag in de onthaalhoek.  Hier komen de dagelijkse routines aan bod, zoals bv kalender, weer, vertelkring, toonmoment,… Maar de onthaalhoek is ook de plaats waar ik als leerkracht mijn instructies geef. Dit kan een klassikale instructie zijn of een instructie aan een kleinere groep van leerlingen. Deze werkwijze dwingt mij ertoe de instructie kort en bondig te houden, waardoor ik de leerlingen meer oefentijd kan bieden met de nodige ondersteuning.

In de klas is er ook ruimte voor speelse activiteiten en wordt er voldoende aandacht besteed aan bewegingsmogelijkheden. Jonge kinderen kunnen immers geen twee lesuren op hun stoel blijven zitten, zich daar dan ook nog eens voorbeeldig gedragen en hun aandacht bij de les houden. Doordat ze binnen een les regelmatig van plaats wisselen is er voldoende beweging. Al kan een bewegingstussendoortje ook voor de nodige ontspanning zorgen.

Nadat de (korte) klassikale instructie is gegeven, kunnen bepaalde kinderen zelfstandig aan de slag met hun taal- en rekenopdrachten.  Kinderen die het nog wat moeilijk hebben met de opdrachten, krijgen extra instructie en ondersteuning (hulp van juf + materiaal).  Naast deze opdrachten zijn er bepaalde momenten dat ze ook kunnen kiezen tussen verschillende nevenactiviteiten (bouwhoek, puzzels, smartgames, kleurplaten, …) en spelenderwijs taal- en rekenactiviteiten (memory met woorden, legkaarten, legpuzzels, rekenpuzzels, …).   De nevenactiviteiten kunnen tussendoor aan bod komen om kinderen met een korte taakspanning terug te activeren (verhogen van concentratie en motivatie), maar kunnen ook exclusief voorbehouden zijn voor kinderen die klaar zijn met hun gedifferentieerde opdrachten (moeilijkheid en hoeveelheid). Op het einde van de dag zorgt de juf ervoor dat alle kinderen hun basisopdrachten volbracht hebben.

Een groot pluspunt is dat de leerlingen hun oefentijd nu optimaal kunnen benutten. Voorheen waren ze vaak aan het wachten tot alle leerlingen klaar waren met hun werkje. Dit kwam vooral mijn sterkere leerlingen niet ten goede.

En ja, wat doet een leerling wanneer hij klaar is en moet wachten? Dan wordt er gebabbeld, gepruld en krijgt ongewenst gedrag alle kansen. Nu kunnen de leerlingen op eigen tempo (door)werken en zelfstandig aan een nieuw taakje beginnen wanneer ze klaar zijn.

Vooral in de eerste maanden is mijn aanpak nog heel erg speels, om de overgang van de kleuterklas naar het eerste leerjaar als het ware te verzachten. Net omdat alles zo speels verloopt, hebben de kinderen helemaal niet de indruk dat ze aan het leren zijn. Terwijl ze in de praktijk vaak meer leren dan ze via het werkboekje zouden doen. Ze voegen zelf vaak doelen toe, door in hun spel aan elkaar vragen te stellen of met elkaar te overleggen over de taal- en rekeninhouden.  Door op deze manier te werken,  zijn er ook meer mogelijkheden om de kinderen te laten samenwerken binnen diverse werkvormen en organisatievormen.

Voor het aanvankelijk leesonderwijs, heb ik verschillende werkboekjes van de methode Veilig Leren Lezen (maanversie) herwerkt in spelvorm. De werkboekjes zijn nu kaartjes geworden. Zo moeten de kinderen niet steeds lettertjes of woorden met een tekening verbinden, maar spelen ze eigenlijk een spelletje. Weliswaar met hetzelfde doel. Hierdoor kan ik nu ook oefeningen uit VLL op verschillende niveaus gebruiken.    Bv een oefening met volgende doelstelling: visuele synthese (woordjes kunnen lezen en aan de juiste prent koppelen):
· niveau 1: het kind legt de woordjes bij de juiste prent;
· niveau 2: het kind krijgt losse letters en moet eerst zelf nog de woordjes vormen, waarna hij die dan bij de juiste tekening legt;
· niveau 3: het kind krijgt enkel de prentjes en stempelt er zelf het juiste woord bij.

Daarnaast werken we sinds dit schooljaar met de Kim-versie van Veilig Leren Lezen. 

Om het lezen extra te stimuleren, doen we ook in het 1ste leerjaar mee met Kwartierlezen.  In het begin van het schooljaar leest de juf nog boekjes voor, maar eens er voldoende letterkennis is kunnen de kinderen zelfstandig een boekje lezen.  Vaak gebruiken ze hiervoor hun zelfgemaakte leestelefoon (een leuk extraatje ter bevordering van het leesproces).

Na kern 1 wordt er ook een eerste keer dictee afgenomen. Vanaf dan gebeurt dit regelmatig (na Kerstmis 2x/week). De eerste 3 dictees worden de woordjes nog met aparte letters geschreven, maar in drieluikjes (kopje, buikje, staartje).  We schrijven dus nog losse letters i.p.v. vloeiende woordjes.  Ik zeg het volledige woord en het kind schrijft de 3 letters telkens in het juiste vakje. Pas daarna beginnen we met de letterverbindingen. De complexe motorische handelingen bij het schrijven van woorden in één stuk vormen geen drempel, waardoor de kinderen veel meer succeservaringen hebben, die het leerplezier en het zelfvertrouwen ten goede komen. Ze zijn op deze manier ook vlugger vertrokken met het lezen en schrijven van wisselwoorden.

Het aanleren van de schrijfletters gebeurt niet op een werkblad, maar met viltstift op een groot gelamineerd blad. Zo leren kinderen dat fouten maken mag, ze kunnen deze dan wegvegen en het opnieuw proberen. Zonder dat dit vereeuwigd wordt op een werkblad met de bijhorende rode pen.

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]